Studenten en belangenorganisaties pleiten voor behoud hybride onderwijs

Studenten en belangenorganisaties pleiten voor behoud hybride onderwijs

Hybride onderwijs voelde vorig jaar voor veel leerlingen en studenten met een chronische beperking of aandoening als een verademing. Claire van den Helder schrijft in een blog op OneWorld dat het haar, voordat corona uitbrak, zoveel energie kostte om naar college te gaan dat ze op sommige dagen niet eens kon douchen. Lauren, die vanwege een cerebrale parese moeilijk loopt, was blij dat ze niet meer elke dag met haar zware tas hoefde te zeulen. Ze noemt hybride onderwijs in een interview met Defence for Children ‘energiebesparend’.

Belangenorganisaties spreken zich uit

Net als Claire en Lauren pleiten ook belangenorganisaties voor het behoud van het door corona gestimuleerde hybride onderwijs. JongPIT en Ieder(in) wijzen erop dat de combinatie van fysiek en afstandsonderwijs studenten met een chronische aandoening en/of beperking de kans biedt te kunnen studeren, ondanks hun zorgafspraken, energiegebrek of beperkingen. De optie om hybride onderwijs te volgen is, zo schrijven de twee organisaties, jarenlang voor onmogelijk gehouden. Daardoor liepen veel studenten met een chronische aandoening en/of beperking extra studievertraging op, wat leidde tot een hogere studieschuld. Sommige studenten moesten zelfs vroegtijdig stoppen of konden helemaal niet studeren. Ook volgens het Expertisecentrum inclusief onderwijs (ECIO) is flexibel hybride onderwijs belangrijk voor een optimale participatie van studenten met een beperking.

Voorzitter Ama Boahene van de Landelijke Studentenvakbond zegt blij te zijn met de terugkeer naar fysiek onderwijs, maar voegt er in een artikel van het Hoger Onderwijs Persbureau (HOP) aan toe: “We hebben veel ervaring opgedaan met online onderwijs. Het zou zonde zijn als we nu alles weggooien en straks het wiel opnieuw moeten uitvinden.” Een aantal mbo-instellingen zijn het met haar eens. Volgens de schoolbesturen heeft de coronaperiode uitgewezen dat het behoud van digitaal onderwijs niet alleen nadelen heeft, maar ook grote voordelen. Andere onderwijsinstellingen vrezen daarentegen de hogere werkdruk door hybride onderwijs.

Politieke steun voor hybride onderwijs

De pleidooien van studenten en belangenorganisaties hebben ook de politiek bereikt. De Tweede Kamer nam begin juli nog een motie aan tegen online onderwijs. Fysiek onderwijs zou de norm moeten zijn. In deze door Peter Kwint (SP) ingediende motie staat dat uit onderzoek blijkt dat studenten vaak ontevreden zijn over de kwaliteit van online onderwijs, dat ze de interactie met hun medestudenten missen en ze meer eenzaamheid, concentratieproblemen en motivatieproblemen ervaren wanneer ze meer online onderwijs volgen. Half augustus diende Mirjam Bikker (CU) een aanvullende motie in. Zij pleit ervoor te zorgen dat hybride onderwijs mogelijk blijft voor ‘sommige studenten met een ondersteuningsbehoefte, mantelzorgers of chronisch zieke studenten tot de omstandigheden ook voor hen veilig zijn.’ Ook deze motie werd aangenomen.

Hybride onderwijs de norm

Onderwijsinstellingen en de politiek zijn dus nog niet helemaal over de streep. Lauren merkt op dat bijvoorbeeld Paul van Meenen (D66) studenten met een beperking over het hoofd ziet waar hij tweet dat écht goed onderwijs alleen in een echte klas kan worden gegeven. Ze stelt dat hybride onderwijs de norm moet blijven, zodat álle leerlingen en studenten kunnen studeren en wel op de manier waarop hun dat het beste lukt. Ze wijst er daarbij op dat ook andere studenten, zoals bijvoorbeeld topsporters, gebaat zijn bij hybride onderwijs. Lauren is ervan overtuigd dat de kwaliteit van het onderwijs niet onder de hybride vorm hoeft te leiden: “Er moet een plan komen en mensen uit de doelgroep moeten daarover meepraten. Goede voorbeelden zijn er genoeg en als de overheid zorgt voor (financiële) ondersteuning, zie ik zeker mogelijkheden.”

 

Lees het artikel over Claire van den Helder.