Ondersteuning voor scholen

Waarom streven we inclusief onderwijs na?

Inclusief onderwijs gaat uit van het idee dat iedereen volwaardig mee moet kunnen doen in de samenleving. In het onderwijs betekent het dat kinderen met en zonder een beperking gelijke kansen hebben, samen leren, werken en spelen. Zo creëren we een inclusieve samenleving, waar kinderen op jonge leeftijd al met elkaar om leren gaan. Heel concreet betekent dat dat ieder kind naar een school in de buurt gaat, samen met broers, zussen en buurtgenootjes.

Het idee van gelijkwaardigheid is ook in het VN-Mensenrechtenverdrag Handicap en het VN-Kinderrechtenverdrag verankerd, waarbij het doel is dat iedereen volwaardig mee kan doen in de samenleving, ongeacht achtergrond of beperking. Ieder kind heeft recht op ontwikkeling en onderwijs en door het VN-Mensenrechtenverdrag Handicap heeft ieder kind ook het recht om in een inclusief onderwijssysteem onderwijs te krijgen.

In Nederland is er momenteel geen inclusief onderwijssysteem. Maar er gebeurt wel veel. In1school deelt voorbeelden van goede praktijken van inclusief onderwijs die kunnen inspireren en wisselt kennis en ervaring op dit gebied uit. Bekijk bijvoorbeeld ons 'Stappenplan inclusief onderwijs' , waarin handvatten worden geboden om te werken naar inclusie in het onderwijs. 

Wat zijn de kenmerken van een inclusieve school?

Er is geen vastomlijnd kader in nationale wetgeving of beleid beschreven met de kenmerken van een inclusieve school. Wel volgen uit het VN-Kinderrechtenverdrag en VN-Mensenrechtenverdrag Handicap en de praktijk de volgende elementen en kenmerken waaraan een inclusieve school hoort te voldoen:

  • Ieder kind is welkom. Een inclusieve school biedt kwalitatief goed onderwijs aan en verwelkomt, waardeert en respecteert alle leerlingen die zich aanmelden. Niemand wordt uitgesloten vanwege zijn of haar achtergrond of beperking.
  • Ieder kind kan zich optimaal ontwikkelen. Op een inclusieve school kunnen alle leerlingen zich optimaal ontwikkelen en ontplooien, op sociaal, fysiek, mentaal, creatief en cognitief gebied.
  • De school is toegankelijk. Er zijn geen barrières die een leerling verhinderen om mee te doen op fysiek, communicatief, psychosociaal of financieel gebied. Als het nodig is, biedt de school aanpassingen, individuele instructie en ondersteuning in de klas, aansluitend bij de behoeften van het kind.
  • Flexibele curricula, lessen en leermethoden. Inclusief onderwijs biedt flexibele curricula, lessen en leermethoden die zich aanpassen aan de talenten, capaciteiten en ambities van individuele leerlingen.
  • Leerkrachten worden ondersteund. Alle leerkrachten en andere personeelsleden in het onderwijs volgen training in de kernwaarden en kerncompetenties voor het vormgeven van een inclusieve leeromgeving en worden daarbij ondersteund.

Meer informatie over de kenmerken van een inclusief onderwijssysteem is te vinden in de ‘Factsheet inclusief onderwijs als kinderrecht’ van Defence for Children.

Wat betekenen de VN-Verdragen voor scholen ten aanzien van inclusief onderwijs?

Twee verdragen besteden aandacht aan onderwijs voor kinderen met een handicap. Het VN-Kinderrechtenverdrag benoemt het recht van kinderen met een handicap om een volwaardig leven te leiden, waarbij zelfstandigheid bevorderd wordt en actieve deelname aan de samenleving wordt vergemakkelijkt. Artikel 28 van het VN-Kinderrechtenverdrag stelt dat ieder kind het recht heeft op toegang tot onderwijs. Artikel 29 werkt de inhoud van het onderwijs verder uit. Dit artikel houdt nauw verband met het recht op ontwikkeling uit artikel 6, daarin staat dat ieder kind het recht heeft om zich zo optimaal mogelijk te ontwikkelen.

Het VN-Mensenrechtenverdrag Handicap heeft als doel dat alle personen met een handicap dezelfde rechten genieten als personen zonder handicap. Niemand mag belemmerd worden in zijn of haar kansen om mee te doen aan de samenleving. Artikel 24 gaat specifiek over het recht op onderwijs voor kinderen met een handicap. Hieruit volgt dat onderwijs onder meer tot doel moet hebben dat kinderen met een handicap hun mentale en fysieke mogelijkheden optimaal moeten kunnen ontwikkelen. Ook is vastgelegd dat kinderen met een handicap binnen het onderwijs de ondersteuning dienen te ontvangen die zij nodig hebben om effectief aan het onderwijs deel te nemen. Er mag niet gediscrimineerd worden op grond van handicap en de school moet toegankelijk zijn op alle mogelijke manieren: het gebouw, de lesmaterialen en manieren van communicatie.

In het inclusieve onderwijssysteem wat het VN-Mensenrechtenverdrag Handicap voorschrijft, gaan leerlingen samen naar school en zitten bij elkaar in de klas, met voldoende ondersteuning en zorg in de klas. De school biedt onderwijs aan dat aansluit bij de verschillende talenten en mogelijkheden van leerlingen, zodat iedereen zich op haar of zijn manier volledig kan ontwikkelen. Het VN-Mensenrechtenverdrag Handicap stelt bovendien dat leerkrachten, leidinggevenden en anderen in het onderwijs opgeleid en getraind moeten worden om inclusief onderwijs te geven en daarbij voldoende ondersteuning moeten krijgen.

De Verdragen richten zich tot de Nederlandse staat, die beide verdragen officieel bekrachtigd heeft. Hiermee is Nederland de verplichting aangegaan geleidelijk het recht op inclusief onderwijs te verwezenlijken. Dit moet door middel van het realiseren van een inclusief onderwijssysteem, dat het voor scholen mogelijk maakt inclusief te zijn. Individuele scholen kunnen niet aangeklaagd worden omdat ze niet inclusief zijn.

Wat is het wettelijke kader voor inclusief onderwijs?

In de huidige nationale wetgeving wordt niet gesproken over inclusief onderwijs, maar over passend onderwijs. Passend onderwijs en inclusief onderwijs zijn echter niet hetzelfde. Waarom dit zo is leest u op onze website onder ‘Veelgestelde vragen’. Toch betekent dit gebrek aan nationale wetgeving niet dat er geen wettelijk kader voor inclusief onderwijs is in Nederland. Nederland heeft namelijk het VN-Kinderrechtenverdrag en het VN-Mensenrechtenverdrag Handicap geratificeerd en is hiermee de internationale verplichting aangegaan het recht op inclusief onderwijs te verwezenlijken.

INTERNATIONAAL WETTELIJK KADER

Wat houdt de internationale verplichting om inclusief onderwijs te realiseren precies in? Uit artikel 28 van het VN-Kinderrechtenverdrag vloeit voort dat ieder kind het recht heeft op toegang tot onderwijs. In artikel 29 wordt verder uitgeweid over de inhoud van onderwijs. In artikel 24 van het VN-Mensenrechtenverdrag Handicap is neergelegd dat ieder kind het recht heeft op inclusief onderwijs. Dit recht is vervolgens nader toegelicht in een zogenaamde ‘General Comment’, een extra uitleg van een verdragsartikel door het verantwoordelijke Verdragscomité. In General Comment nummer 4 wordt gesteld dat het recht op inclusief onderwijs betekent dat kinderen met én zonder handicap samen leren en spelen op dezelfde school en in dezelfde klas als hun leeftijdsgenootjes.

Net als alle mensenrechten is ook het recht op inclusief onderwijs onlosmakelijk verbonden met andere kinder- en mensenrechten. Zo beschrijft artikel 2 van het VN-Kinderrechtenverdrag het non-discriminatie beginsel. In essentie betekent dit dat er geen ongeoorloofd onderscheid mag worden gemaakt tussen kinderen op grond van onder andere geslacht, afkomst, verblijfsstatus, geloofsovertuiging en een beperking. Dit non-discriminatie beginsel geldt ook voor het recht op toegang tot onderwijs; kinderen met een beperking, waaronder ook kinderen zonder verblijfsvergunning, mogen dus niet de toegang tot (regulier) onderwijs worden ontzegd op grond van hun handicap.

Natuurlijk is niet alleen artikel 2 van het VN-Kinderrechtenverdrag van belang voor het recht op inclusief onderwijs. Bij de inrichting en uitvoering van inclusief onderwijs moet ook gelet worden op de mening van het kind (artikel 12 VN-Kinderrechtenverdrag) en moet de ontwikkeling van het kind worden bevorderd (artikel 6 VN-Kinderrechtenverdrag). Ondanks een gebrek aan nationale wetgeving, is er dus een duidelijk internationaal wettelijk kader voor het recht op inclusief onderwijs.

HET RECHT IN DE PRAKTIJK

Een internationaal wettelijk kader is belangrijk, maar wat betekent dit voor het Nederlandse onderwijssysteem? Ten eerste betekent dit dat het in stand houden van twee onderwijssystemen (regulier en speciaal) niet verenigbaar is met het recht op inclusief onderwijs. Er moet nationale wetgeving worden opgesteld met een duidelijke definitie van inclusief onderwijs en de daarbij horende doelstellingen. Ten tweede betekent dit dat er verschillende stappen moeten worden ondernomen in de praktijk, waaronder:

  • het inzetten op (meer) samenwerking tussen onderwijs en andere beleidsdomeinen;
  • het nauw betrekken van personen (en dus ook kinderen) met een handicap bij het opstellen en uitvoeren van beleid;
  • het inzetten van voldoende middelen – middelen die nu worden geïnvesteerd in gesegregeerd onderwijs – voor het investeren in inclusief onderwijs;
  • het goed opleiden en ondersteunen van leraren;
  • het flexibeler maken van curricula en evaluatiemethodes;
  • het monitoren van de vooruitgang van inclusief onderwijs.
Welke financieringsmogelijkheden zijn er voor inclusief onderwijs?

Het is belangrijk dat de school goed zicht heeft op de verschillende financieringsmogelijkheden. De ondersteuning die een leerling geniet vanuit school kent twee verschillende vormen; basisondersteuning en extra ondersteuning, elk met een eigen financieringsstroom.

Basisondersteuning is de ondersteuning die elke leerling ontvangt en wordt gefinancierd vanuit een basisbekostiging die de school ontvangt van het Rijk. Een voorbeeld van dergelijke ondersteuning is bijvoorbeeld hulp met dyslexie of dyscalculie. Soms is deze basisondersteuning echter ontoereikend en behoeft een leerling extra ondersteuning. Een voorbeeld van extra ondersteuning is bijvoorbeeld training in sociale vaardigheden en wordt soms aangeboden in samenwerking met jeugdzorg of jeugdhulp.

Extra ondersteuning wordt gefinancierd vanuit het samenwerkingsverband waar de desbetreffende school bij is aangesloten. De manier waarop de school financiering ontvang voor extra ondersteuning verschilt per samenwerkingsverband. Sommige verbanden bedelen deze financiering toe op basis van het aantal leerlingen op een school met een extra ondersteuningsbehoefte. Andere verbanden verdelen het budget gelijkmatig over alle scholen binnen het verband, ongeacht het aantal leerlingen met een extra ondersteuningsbehoeften.

Er zijn daarnaast nog tal van andere financieringsmogelijkheden voor leerlingen met een extra ondersteuningsbehoefte. Echter, de school is niet verantwoordelijk voor de aanvraag hiervan. Deze verantwoordelijkheid ligt namelijk bij de ouders. Het is dus van belang dat de school, de ouders hierover informeert en eventueel ondersteunt in de aanvraag hiervan.

Meer informatie over de financieringsmogelijkheden voor inclusief onderwijs is te vinden in ons ‘Stappenplan inclusief onderwijs voor scholen’ en op de website van het Nederlands Jeugdinstituut.

Wie kan ondersteunen bij de ontwikkeling van een inclusieve visie en praktijk?

ONDERSTEUNING VANUIT IN1SCHOOL

Het platform In1school kan scholen helpen bij de eerste stappen richting inclusief onderwijs. Zo heeft In1school verschillende tools ontwikkeld en op de website beschikbaar gesteld ter ontwikkeling van een inclusieve visie, beleid en praktijk op school. Een school kan bijvoorbeeld gebruik maken van het ‘Stappenplan inclusief onderwijs’. Het stappenplan is ontworpen zodat scholen stapsgewijs inclusiever kunnen worden in visie, beleid en praktijk.

Het stappenplan bespreekt bijvoorbeeld de financieringsmogelijkheden voor inclusief onderwijs, legt uit wat inclusief onderwijs precies is en helpt met het opstellen van een actieplan voor het worden van een inclusieve(re) school. Voor scholen kent dit stappenplan twee versies; één voor scholen die inclusiever willen worden en één voor scholen die reeds een aanmelding hebben ontvangen van een leerling met een ondersteuningsbehoefte. Ga naar het ‘Stappenplan inclusief onderwijs voor scholen’ .

Naast het stappenplan heeft in1school ook verschillende ‘Zo kan het ook’ magazines gepubliceerd. In deze magazines staan goede voorbeelden van scholen in het primair en voortgezet onderwijs die inclusief onderwijs aanbieden.

Mochten scholen meer ondersteuning nodig of specifieke vragen hebben, dan biedt platform In1school ook een steunpunt voor scholen. In1school heeft een team van adviseurs dat klaar staat om scholen te ondersteunen. Zo denken adviseurs José Smits en Astrid Greven, beiden gespecialiseerd in inclusief onderwijs en een inclusieve samenleving, mee hoe een school inclusiever kan werken in visie, beleid en praktijk.

Lees meer over de adviseurs van In1school.

ONDERSTEUNING BUITEN IN1SCHOOL

Uiteraard zijn er naast In1school ook andere organisaties die zich inzetten voor de verwezenlijking van inclusief onderwijs op elke school. Zo is er het Steunpunt Passend Onderwijs van de PO-raad en de VO-raad. Deze organisatie zet zich in ter ondersteuning van scholen, scholenbesturen en samenwerkingsverbanden in het primair en voortgezet onderwijs bij de vormgeving van passend onderwijs.

Ga naar de website van het Steunpunt Passend Onderwijs.

Welke methodes en strategieën kunnen ingezet worden?

Inclusief onderwijs vergt maatwerk. Immers, niet elke leerling is hetzelfde en niet elke leerling behoeft dezelfde ondersteuning. Dergelijk maatwerk is lastig en de vraag is dus welke methodes en strategieën een school kan inzetten ter verwezenlijking van inclusief onderwijs. In1school kan hierbij helpen. Aan de hand van het stappenplan wordt de school ondersteunt in het opstellen van een visie en beleid en uiteindelijk de uitvoering hiervan in de praktijk. Hierin wordt duidelijk uitgelegd welke methodes en strategieën kunnen worden ingezet. Zo wordt bijvoorbeeld uitgelegd dat een school een nieuw aannamebeleid kan opstellen, waarom dit van belang is en wat hier precies in moet staan.

Het ‘Stappenplan inclusief onderwijs’ is hier te vinden.

Naast het stappenplan heeft in1school ook een verscheidenheid aan magazines en informatiewaaiers die extra informatie bevatten over methodes en strategieën die kunnen worden ingezet op de inclusieve school of om een inclusieve school te worden.

De ‘Zo kan het ook’ magazines en informatiewaaiers zijn hier te vinden.

Waar kan inclusief onderwijs in de praktijk ervaren worden?

Meerdere scholen in Nederland bieden al inclusief onderwijs. Een aantal van deze scholen opent de deuren voor scholen die graag inclusiever onderwijs willen nastreven om een kijkje in de keuken te nemen. Inclusiever onderwijs doe je namelijk niet alleen, dat doe je samen.

Het platform Naar Inclusiever Onderwijs organiseert schoolbezoeken. Lees meer over welke scholen te bezoeken zijn en wat de aanmeldprocedure is.

In1school heeft daarnaast ook ‘Zo kan het ook’ magazines gepubliceerd waarin goede praktijkvoorbeelden van deze en andere scholen in zowel het primair als het voortgezet onderwijs staan beschreven. Lees hier de ‘Zo kan het ook’ magazines.