Ouders stappen naar College Mensenrechten

Ouders van een jongen met het syndroom van Down hebben het College voor de Rechten van de Mens gevraagd een oordeel te geven over het besluit van school om hun zoon weg te sturen. Volgens de ouders werd de jongen verwijderd vanwege zijn handicap. Dat is in strijd met het VN-verdrag voor rechten van personen met een handicap. In1school ondersteunt de ouders.

Het College heeft eerder zaken behandeld waarin een leerling met een handicap werd geweigerd voor een opleiding of werd doorgestuurd naar een speciale school. Nieuw in deze zaak is dat het College nadrukkelijk wordt gevraagd het verbod op discriminatie uit het nieuwe verdrag te betrekken bij de vraag of de school de jongen mocht wegsturen. Dat verdrag stelt dat het recht op onderwijs voor kinderen met een beperking betekent dat ze naar een gewone buurtschool moeten kunnen gaan en daar recht hebben op onderwijs op maat en goede ondersteuning en zorg. Het recht op onderwijs is dus een recht op inclusief onderwijs volgens het onlangs door Nederland bekrachtigde Internationaal Verdrag voor de rechten van Personen met een Handicap (IVRPH) van de Verenigde Naties.

Juridische steun

In1school steunt deze ouders die de verwijdering van hun zoon van een reguliere school aanvechten, met onder meer juridische expertise. Het oordeel van het College Rechten van de Mens kan licht werpen op de toepassing van het IVRPH in Nederland. Het oordeel van het College is daarom voor meer leerlingen van belang.

De jongen om wie het gaat is Kubo (nu 13 jaar) uit Utrecht. Zijn volledige verhaal is hier te lezen. Hij zat tot en met groep 5 tevreden op zijn buurtschool. In groep 6, ontstonden problemen in de klas. Volgens de school was dat omdat de jongen moeilijk gedrag vertoonde en omdat hij, vanwege zijn verstandelijke beperking, te veel af ging wijken van andere leerlingen. Volgens de ouders ging het tijdelijk minder in de klas omdat de afgesproken ondersteuning niet werd gegeven en omdat de interactie tussen leerkracht en de hele groep niet goed was.

Het gelijk van ouders leek bevestigd toen Kubo overging naar groep 7. Het ging weer goed met Kubo in die klas. Het ging weer zo goed dat een leerkracht van een andere school (die in de klas kwam observeren) en een door ouders ingeschakelde Onderwijsconsulent beiden adviseerden om Kubo in zijn vertrouwde klas te laten blijven.

Alleen op de gang

De schooldirectie echter hield vast aan hun besluit dat Kubo naar een speciale school moest gaan. Omdat ouders weigerden in te stemmen, werd een verwijderingsprocedure in gang gezet. Hoewel het goed ging in groep 7, kwam de directie met de order dat Kubo, zolang de procedure liep, zijn klas niet meer in mocht. De jongen moest alleen in een kamertje op de gang werken. Hij mocht alleen in de pauzes op het schoolplein en tijdens gym- en handvaardigheidsles optrekken met de andere leerlingen. Dat opgelegde isolement werd de ouders teveel. Ze hielden Kubo thuis.

Keuze voor betere kansen

De ouders van Kubo kozen toen hun zoon jong was, bewust voor een reguliere school. Ze wilden dat hun zoon onderdeel is van de buurtgemeenschap, dat hij buurtkinderen kent en zij hem. Ook wilden ze voor hem de beste kansen op cognitieve ontwikkeling. Op een gewone school leren kinderen met Downsyndroom meer dan op een speciale school, mits er voldoende ondersteuning is, weten ze uit wetenschappelijk onderzoek.

Andere reguliere scholen in de stad werden nadat het conflict ontstond, door ouders gevraagd om Kubo aan te nemen. Die scholen vroegen steevast advies aan de oude school en schrokken terug voor het beeld dat op zijn oude school werd geschetst.

Rol Samenwerkingsverband

Het Samenwerkingsverband van Utrechtse basisscholen hielp ouders niet verder. Het maakte in een gesprek duidelijk dat het niet verplicht is te zorgen voor inclusief onderwijs. Het Samenwerkingsverband vindt speciaal onderwijs de aangewezen route voor leerlingen met een verstandelijke beperking als gewone scholen vinden dat ze een leerling onvoldoende kunnen ondersteunen. Dat is ook het formele standpunt van de Nederlandse regering (verwoord in de toelichting op de wet die het VN-verdrag goedkeurt).

Het Samenwerkingsverband wijst erop dat ook de Nederlandse wet (WGBH/CZ) die discriminatie van personen met een handicap verbiedt een standaard uitzondering maakt. Als een aanpassing voor een persoon met een handicap ‘niet redelijk’ is, mag die persoon worden geweigerd. Volgens de school was dat bij Kubo het geval. De school verklaarde zich ‘handelingsverlegen’. Ze wisten niet wat ze moesten doen om Kubo goed les te geven.

Ouders vinden dat argument onzin. Volgens hen heeft de school (en het Samenwerkingsverband) zich onvoldoende ingespannen om Kubo op school te houden. Ze voelden zich richting speciaal onderwijs geduwd toen het even tegenzat in groep 6 en de school vond dat Kubo gezien zijn leeftijd nu maar de stap moest maken richting speciaal onderwijs zoals de meeste leerlingen met Down syndroom in Nederland moeten doen. De school stuurde Kubo weg, denken ouders, simpelweg omdat ze zich niet verplicht voelden hem te laten blijven.

Nieuwe weging met VN-verdrag

Het College voor de Rechten van de Mens moet straks beoordelen of de school zich meer had kunnen inspannen om de ‘redelijke aanpassing’ te bieden. Maar ouders vragen het College ook de gang van zaken te beoordelen in het licht van het nieuwe VN-verdrag dat in juli 2016 van kracht werd in Nederland. Dit verdrag verbiedt discriminatie van personen met een handicap en stelt dat de overheid moet zorgen dat iedereen met een handicap gelijke kansen krijgt op volledige deelname aan de samenleving. Op het terrein van onderwijs betekent het, dat kinderen met een beperking naar een gewone school moeten kunnen gaan en daar goede ondersteuning moeten krijgen om te leren en zich zo goed mogelijk te ontwikkelen. Het onderwijssysteem moet inclusief worden. Het VN-comité heeft deze interpretatie onlangs bevestigd in een algemene verklaring (general comment nr.4).
Volgens de ouders en hun advocaat moet het College zich daarom uitspreken over de vraag of Kubo’s rechten zijn geschonden nu hij, als zoveel kinderen met downsyndroom gedwongen de gang naar speciaal onderwijs moet maken.

De behandeling van de zaak Kubo door het College voor de Rechten van de Mens in een openbare zitting, zal 27 januari 2017 plaatsvinden.