Kubo’s verhaal: van warm welkom tot verwijdering

Kubo is een jongen van 12 met veel interesses. Hij leert cello spelen, speelt het liefst urenlang spelletjes op zijn iPad en de Wii, kijkt graag tv, leert fietsen, leest graag verhalen van Mickey Mouse en staat elk weekend op het korfbalveld. Kubo woont met zijn zusje en ouders in de binnenstad van Utrecht. Zijn ouders willen hem de kans geven zich optimaal te ontwikkelen. Dat willen de meeste ouders, maar bij Kubo is dat soms iets ingewikkelder. Hij heeft namelijk het syndroom van Down. Daardoor is hij kwetsbaar is in zijn ontwikkeling en duurt alles wat langer.

In gesprek met scholen

Zijn ouders hebben Kubo van jongs af aan actief begeleid bij het leren. Op hun beurt leerden zij ook veel van hém: bijvoorbeeld dat opgeven geen optie is. Voor Kubo’s ouders was het geen vraag naar welke school hun zoon zou gaan. Het moest de gewone buurtschool worden, en wel om twee redenen: hij zou zich cognitief beter ontwikkelen en zou gekend zijn in de buurt en daar vriendjes maken. Daarom praatten ze in de buurt met wel tien scholen. In elk gesprek waren ze heel open: we zoeken geen experiment, geen school met een ‘als het lukt’-instelling, maar gewoon een school waar hun zoon, met zijn handicap, mag leren en met zijn vrienden opgroeien, tot groep 8. Uit de drie scholen waar Kubo welkom was, kozen ze de school waarbij ze het beste gevoel hadden: een school dicht bij in de buurt, die ‘ja’ zei tegen een kind met Downsyndroom.

Begeleiding

Kubo werd op school als leerling geaccepteerd. Een rugzakje werd aangevraagd en de school kreeg budget voor extra overleg- en werktijd van de leerkracht en intern begeleidster en eventuele assistentie in de klas. De ouders schakelden een bureau in voor spel- en ambulante begeleiding: bureau JEK in Vianen, dat veel expertise heeft in ontwikkeling en begeleiding van kinderen met Syndroom van Down. Thuis en op school kregen Kubo en zijn familie adviezen en actieve begeleiding. De kosten werden gedeeld tussen ouders (PGB) en school. Met de inzet van JEK hoefde de school zich niet heel hard het hoofd te breken over Kubo’s lesprogramma. Bovendien bereidden Kubo’s ouders thuis veel voor, zodat er werkbladen waren die Kubo op zijn niveau kon doen. In het weekend speelden ze in op thema’s die in de klas waren besproken door naar musea te gaan, uitstapjes te maken, en alles met fotos’ vastleggen. Op die manier hielpen ze Kubo om mee te doen.

Nog niet naar groep 3

Kubo’s overgang van kleutergroep naar groep 3 werd uitgesteld. De school schatte in dat hij niet zomaar met andere leerlingen kon meedraaien in het veel strakkere lesprogramma van groep 3. Tijdens de lange kleuterperiode oefende Kubo met zijn ouders en begeleiders met individuele leermethoden (Leespraat en Rekenlijn), speciaal ontwikkeld voor kinderen met Downsyndroom. Kubo’s moeder zocht voortdurend naar manieren om deze methoden te kunnen ‘versmelten’, zoals ze zelf zegt, met de leermethoden die in groep 3 en hoger werden gebruikt. In de extra tijd tot Kubo’s overgang naar groep 3 leerde Kubo bovendien lezen. Daarvoor kregen ze thuis extra begeleiding. Toen Kubo uiteindelijk de overstap maakte, had Kubo een kleine voorsprong op andere kinderen: hij kon immers al lezen. Daardoor kon hij rustig beginnen aan zijn nieuwe uitdagingen.

Samenwerking

Ook in groep 3 zorgden Kubo’s ouders voor een aangepast lesprogramma op het gebied van lezen en rekenen, Leespraat en Rekenlijn. Met de oefenbladen die zijn moeder maakte, ging Kubo aan de slag. Bij andere vakken als aardrijkskunde en natuur zorgde de begeleider dat Kubo kon aanhaken bij de behandelde onderwerpen. De leerkracht zorgde daarnaast dat Kubo gemotiveerd werkte en deel bleef van de groep. Samen leerden alle partijen wat Kubo nodig had om goed mee te kunnen doen. Zo had hij een dagrooster op tafel, waar precies stond wat van hem werd verwacht, een duidelijk beloningssysteem met stickers, en ontspanningsmomenten in zijn rooster. Deze succesvolle samenwerking tussen ouders, leerkrachten en begeleider bleef bestaan tot groep 5.

Handelingsverlegen

In groep 6 ontstonden problemen in de klas. Volgens de school werd het verschil tussen Kubo en de andere kinderen te groot, zowel cognitief als sociaal, en werd hij opstandig. Hij liep soms weg uit de klas, een enkele keer zelfs van het schoolplein af. Dankzij de begeleider in de klas kwamen daar overigens geen problemen uit voort. De ouders besloten te overleggen met de schooldirectie en leerkrachten. Ze merkten dat dat jaar de klas onrustig was en dat de interactie tussen de leerkracht en Kubo niet goed verliep. De dagroosters lagen niet altijd op Kubo’s tafel en de leerkracht meende geen tijd te hebben om consequent mee te gaan in het motiveringssysteem dat was bedacht om te zorgen dat Kubo zijn individuele opdrachten bleef maken en niet door de klas zou lopen. De routines uit groep 5 vielen weg. Ouders gaven aan dat Kubo’s gedrag een gevolg was van interactie tussen leerkracht en leerlingen en stelden voor een externe deskundige (een voormalig schooldirecteur) in te schakelen. Hij zou Kubo observeren in de klas en aangeven wat er verbeterd kon worden. De school sloeg dat aanbod af met twee argumenten; de school vond dat ze al genoeg expertise had, en er was niets meer aan te doen omdat de school ‘handelingsverlegen was in het tegemoet komen aan de onderwijsbehoeften van Kubo’.

Leermoment

De ouders verzetten zich tegen het besluit. Ze vroegen respect voor hun keuze voor inclusief onderwijs. Ze zagen dit moment als leermoment: in groep 5 werkten de dagroosters goed, en iedeeen was het er over eens dat als helder is was Kubo in de klas moet doen, deze aanpak werkt voor hem én de leerkracht. Waarom opeens een verwijzing naar speciaal onderwijs, als het door een onderbreking van de routine in groep 6 wat minder lijkt te gaan? Kubo’s ouders vonden de tijd rijp om de beproefde routines weer op te pakken en aan de slag gaan. Terwijl de gesprekken liepen en de procedure voor verwijzing werd ingezet, was het schooljaar bijna weer voorbij en zou Kubo in groep 7 met een nieuwe leerkracht aan de slag kunnen. Het leek erop dat de onrustige en moelijke tijd daarmee ook over was.

Andere scholen

Voor alle zekerheid gingen de ouders ook in gesprek met een andere reguliere scholen in de stad. Zou Kubo kunnen overstappen en op andere plek verder gaan? Ze vonden gehoor, maar ook twijfel. Andere scholen vroegen steevast Kubo’s huidige school om een oordeel en hoorden dan dat het met Kubo niet meer ging in de klas. Eén school vroeg of ze Kubo in zijn klas mochten observeren. Dat mocht. De intern begeleider en leerkracht van de school die observeerde, vond het prima gaan met de nieuwe leerkracht in groep 7. Ze schreef nog aan Kubo’s school dat ze eigenlijk niet begreep waarom Kubo weg zou moeten.

Geschillencommissie Passend Onderwijs

De ouders schakelden ook de onderwijsconsulent in en vroegen het samenwerkingsverband om advies. Ze wilden dat beter zou worden onderzocht welke aanpassingen mogelijk waren m.b.t. interactie in de klas. Zowel de onderwijsconsulent als het samenwerkingsverband probeerden te bemiddelen tussen school en ouders, maar legden zich erbij neer toen de school bleef zeggen dat ze zich handelingsverlegen voelde. De school zette een verwijderingsprocedure in en kreeg een toelaatbaarheidsverklaring voor Kubo. Kubo’s ouders startten vervolgens drie juridische procedures. Bij de Geschillencommissie Passend Onderwijs vochten ze het verwijderingsbesluit aan. De school verwijderde Kubo louter op basis van het oordeel van de leerkracht die zich handelingsverlegen voelde, was het argument van de ouders. De commissie vond dat de school echter goed had beschreven wat de ondersteuningsbehoefte was van de jongen, dat er een deskundige in de klas bij was (weliswaar ingeschakeld door de ouders) en dat er was geconstateerd dat de problemen te groot werden in de klas. De school mocht daarom de verwijdering doorzetten. De ouders vonden vooral de verwijzing door de geschillencommissie naar externe deskundigheid als onderbouwing van de verwijdering vreemd. Die externe deskundige waarover werd gesproken, was immers de begeleider van het door ouders ingeschakelde private bureau, die juist vond dat Kubo gewoon op zijn school kon blijven.

Bezwaarcommissie Toelaatbaarheidsverklaring

Tegen het besluit tot aanvraag van een toelaatbaarheidsverklaring tekenden de ouders bezwaar aan bij de Landelijke Bezwaaradviescommissie Toelaatbaarheidsverklaring. Die bezwaarcommissie gaf ouders op formele gronden gelijk: het besluit was op papier onvoldoende gemotiveerd en dat moest worden gerepareerd in een nieuwe uitspraak. Inhoudelijk gaf de Bezwaarcommissie de ouders echter ongelijk: de leerkrachten waren volgens de Bezwaarcommssie niet tekort geschoten in hun begeleiding. Ouders mochten dan principieel voorstander zijn van inclusief onderwijs voor hun zoon; de Bezwaarcommissie liet blijken dat een jongen als Kubo beter af is op een speciale school. ‘Door de gehanteerde methoden en de specialistische kennis van de daar werkzame leerkrachten en begeleiders biedt een ZML-school voor Kubo de mogelijkheid zich verder te ontwikkelen in het zelfstandig werken en aansluiting te vinden bij zijn medeleerlingen’, aldus de commissie. Dit argument stond in de nieuwe toelaatbaarheidsverklaring.

Financiën

Gedurende deze procedure liet Kubo’s school voor het eerst blijken dat ze ook een probleem zag in het wegvallen van rugzakgelden. Voor Kubo was altijd een extra budget (zo’n 18.000 euro per jaar) beschikbaar geweest voor assistentie en ambulante begeleiding. Met invoering van Passend Onderwijs werd dat landelijk recht op een rugzak afgeschaft, worden gelden overgemaakt naar samenwerkingsverbanden en moeten scholen bij hun eigen samenwerkingsverband om extra budget voor ondersteuning vragen . Bij het samenwerkingsverband in Utrecht is bepaald dat zo’n extra budget maximaal 7000 euro per jaar is, meer dan een halvering van de 18.000 euro die de school nu heeft voor Kubo’s begeleiding.

Naar de rechter

Ten slotte gingen Kubo’s ouders naar de kortgedingrechter. Die wilde geen inhoudelijk oordeel vellen over de vraag of ouders het recht hebben te mogen kiezen voor inclusief onderwijs. De rechter toetste slechts of de school zich had gehouden aan de juiste procedures voor verwijdering. Omdat dat het geval was, verloren de ouders dat geding.

Op de gang

Terwijl de juridische procedures liepen, besloot de school dat Kubo voortaan de hele dag alleen met zijn begeleider op de gang moest werken. Hij mocht niet meer meedoen met de klas, behalve met gym, handenarbeid en in de pauze. Het schoolbestuur vond dat niet kwetsend, maar de ouders wel. Dat opgelegde isolement, zoals ouders het noemen, wilden ze hem niet aandoen. Ze vroegen de directie om Kubo terug te zetten in de klas. Toen hij zonder aanleiding weer op de gang werd gezet, besloten ze hem thuis te houden. Binnen twee dagen vonden ze gehoor in een reguliere privéschool buiten de gemeente, waar Kubo onmiddellijk mocht aansluiten zodat zijn educatie niet onderbroken zou worden. Kubo ging naar deze school tot de locatie zomer 2016 sloot. 

Op zoek naar inclusie

Op dit moment zijn Kubo’s ouders in gesprek met de leerplichtambtenaar, die wil dat de jongen formeel staat ingeschreven op een school. Ook met beleidsambtenaren van de gemeente is gepraat. Utrecht wil een inclusieve stad zijn en ouders hebben de gemeente gevraagd te bevorderen dat inclusie ook in het onderwijs gaat gelden. Ze blijven ook praten met het samenwerkingsverband en willen dat deze hen helpt een gewone school te vinden voor Kubo. Een school waar Kubo niet wordt afgerekend op wat hij niet kan (namelijk het cognitieve niveau halen van leeftijdgenoten zonder verstandelijke beperking), maar waar hij mag zijn wie hij is, de beste kansen krijgt en zich sociaal kan ontwikkelen samen met kinderen zonder een beperking. Die kansen liggen voor hem niet op een aparte speciale school, vinden zijn ouders, maar op een inclusieve school in de buurt.