Gemeenten weigeren vaak steun in de klas

Veel extra begeleiders in de klas werden afgelopen jaren deels betaald uit PGB’s op grond van de AWBZ. Gemeenten moeten die steun overnemen, maar In1school krijgt voorbeelden waarin die steun wordt geweigerd. Niet zelden ontstaat druk op ouders en school. Kan de leerling met downsyndroom nog op school blijven als hulp wegvalt?
Een moeder kreeg in januari te horen dat de AWBZ indicatie voor haar 4 jarige dochter met Downsyndroom in maart 2015 zou vervallen en dat ze naar de gemeente moest voor een nieuwe indicatie. De AWBZ is immers voor kinderen jonger dan18 jaar met een verstandelijke beperking overgeheveld naar de WMO van de gemeente.
Bij de gemeente kreeg ze het beroemde keukentafelgesprek waarin werd geinventariseerd wat ze zelf nog kon doen of de omgeving. Er werd korte metten gemaakt met haar hulpvraag. De school moest extra geld zoeken voor onderwijskundige begeleiding en voor de zorgbegeleiding kon juf makkelijk inspringen. Bijna alle 4 jarige kinderen hebben nog hulp nodig bij veters strikken en naar de WC gaan, had de indicatiesteller van de gemeente gezegd. Het is een volstrekte ontkenning van de problemen die kinderen met downsyndroom hebben met leren, vindt moeder. Haar dochter kan inderdaad leren veters strikken, het duurt alleen veel langer dan bij haar andere kinderen.
De school diende een verzoek in bij het bestuur van het samenwerkingsverband en kreeg 7500 euro toegezegd voor volgend schooljaar voor extra hulp in de klas uit de voormalige rugzakgelden. Moeder is erg blij met dat nieuws, na maanden onzekerheid en is dik tevreden over de inzet van de school. Haar dochter en haar andere kinderen leren er prima. Maar ze vreest de toekomst.
“Kinderen op deze leeftijd hebben ontwikkelingsstimulans nodig. Ik snap niet waarom de gemeente zo moeilijk doet. We kregen toen mijn dochter 2 was van het Centraal Indicatieorgaan een indicatie voor 5 uur individuele begeleiding op de peuterspeelzaal en nu stopt het ineens. De gemeente zou juist nu moeten investeren zodat onze kinderen later minder zorg nodig hebben. Mijn dochter krijgt de kans op deze school, via de methode Leespraat om sneller te leren lezen en praten”.
Onbegrijpelijk vind ze het dat de gemeente wel, ongevraagd, kwam met een aanbod van een orthopedagogische gezinscoach voor de komende twee jaar. “Ik heb niet gevraagd om een coach in mijn gezin, maar om hulp op school voor mijn dochter. Waarom komen ze daarmee?”
De instelling die eventueel coaching komt verzorgen was stomverbaasd: “een gezinscoach is veel duurder dan begeleiding op school”.

Jose Smits