Scholen geven minder geld uit aan leerlingen met een beperking

Er wordt minder geld besteed aan het ondersteunen van leerlingen met een beperking in scholen in het reguliere onderwijs. Voor de invoering van Passend Onderwijs werd 400 miljoen euro per jaar besteed aan ‘rugzakjes’. In 2015 is dat met meer dan tweederde gedaald. Dat blijkt uit een rapport van de Algemene Rekenkamer over Passend Onderwijs.

In 2014 is onderwijswetgeving gewijzigd (bekend als Passend Onderwijs). De regering wilde de uitgavenstijging voor speciaal onderwijs indammen en scholen meer vrijheid geven om zelf te bepalen hoe geld voor ondersteuning aan leerlingen met een beperking wordt ingezet. Onderdeel van dat nieuwe beleid was om het budget voor ‘rugzakjes’, de individuele budgetten voor leerlingen met een beperking, niet langer aan scholen met zo’n leerling uit te betalen, maar over te maken aan de regionale Samenwerkingsverbanden van scholen, de SWV-en. De Samenwerkingsverbanden kregen vrijheid om zelf te bepalen hoe dat geld te gebruiken.

Sommige Samenwerkingsverbanden zetten het geld in voor een eigen vorm van ‘rugzakje’, ze betalen voor een leerling met een beperking op een gewone school een ‘zorgarrangement’. Veel Samenwerkingsverbanden keren het geld uit aan de besturen van scholen zonder na te gaan of de school al dan niet leerlingen met een beperking heeft. In die gevallen is onduidelijk of het geld wordt besteedt aan ondersteuning van leerlingen met een beperking. In deze nieuwe systematiek is het aandeel geregistreerde leerlingen met een beperking op reguliere scholen tussen 2013 en 2015 gedaald van 0,96% in het basisonderwijs naar rond de 0,3%, blijkt uit het rapport waarin de Rekenkamer onderzoekt of de uitgaven aan passend onderwijs doelmatig en rechtmatig worden uitgegeven.

De Samenwerkingsverbanden sluizen trouwens niet al het geld dat is bedoeld voor ondersteuning aan leerlingen met een beperking door naar scholen. Een flink deel ervan sparen ze op. Totaal 206 miljoen stond eind 2016 ongebruikt op de rekening van de gezamenlijke Samenwerkingsverbanden van scholen, wat staat geboekt als ‘eigen vermogen’.

Dat blijkt uit cijfers van de Dienst Uitvoering Onderwijs(DUO). De Algemene Onderwijsbond AOB gebruikte die cijfers voor een uitgebreide publicatie over de snel groeiende eigen vermogens van de SWV’en. In 2014 begonnen de SWV-en met nul euro eigen vermogen. Begin 2015 was het gegroeid naar 74 miljoen en eind 2016 tot 206 miljoen euro. De opbouw van dat eigen vermogen gebeurt uit geld dat vóór 2014 volledig werd gebruikt om leerlingen met een beperking te ondersteunen.

Het oppotten van het geld is opmerkelijk. De regering die in 2012 passend onderwijs aankondigde wilde aanvankelijk 300 miljoen euro bezuinigen op ondersteuning aan leerlingen met een beperking. Het onderwijsveld protesteerde toen omdat het ten koste zou gaan van ondersteuning van kwetsbare leerlingen met een handicap. In de praktijk blijkt dat bezuinigingsbedrag nu voor tweederde op de balans te staan van de Samenwerkingsverbanden als eigen vermogen en niet beschikbaar wordt gesteld voor ondersteuning van de leerlingen.

Scholen geven minder geld uit aan leerlingen met een beperking

Het percentage leerlingen met een beperking dat naar speciaal onderwijs gaat, daalt heel licht (groen en blauw in de grafiek). Het aandeel leerlingen met een beperking dat op de gewone school les krijgt, daalt sinds 2013 tot een dun streepje (oranje).

Grafiek uit het rapport Algemene Rekenkamer over Passend Onderwijs, Resultaten verantwoordingsonderzoek 2016, ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap.