Corrie blogt: Een goede docent is niet doof voor haar studenten


Sinds 2006 werkt Corrie Tijsseling als docent bij de bacheloropleiding Pedagogische Wetenschappen van de Universiteit Utrecht. Ze doceert cursussen op het gebied van filosofie en geschiedenis van opvoeding en onderwijs, en is coördinator van de Leerlijn Wetenschapsfilosofie en Ethiek. Daarnaast is ze tutor van eerstejaarsstudenten. 

Doof

Aan mijn functieomschrijving is weinig vreemds. Tenminste... ik ben docent, maar ik ben ook doof. En niet zo’n beetje ook. Ik ben 120 dB doof: ver voorbij de toegestane geluidsgrens bij concerten. Hoe ik mijn werk doe? Ik heb altijd een tolk Nederlandse Gebarentaal (NGT) tegenover me, die voor me vertaalt wat studenten zeggen. En doen. Want zie tijdens een college wetenschapsfilosofie maar eens de aandacht vast te houden van ongeveer 200 grotendeels vrouwelijke studenten. De tolk vertaalt dus ook de geluiden: geroezemoes, gegniffel, en ja, soms ook gesnik.

Voorbereiding

Als ik college geef, dan spreek ik vrijwel altijd zelf. Ik wil namelijk zeker weten dat mijn studenten de juiste bewoordingen te horen krijgen. Een tolk maakt altijd zelf keuzes in de vertaling. Tenzij je je colleges samen heel goed voorbereidt, weet je dus niet welke bewoordingen hij of zij kiest. Helaas is in Nederland nog weinig respect en dus financiële ruimte voor de professionele kwaliteit van het vertalen tussen NGT en Nederlands. Voor een gedegen voorbereiding is dus simpelweg geen geld.

Strijkplank

Als ik zelf spreek, heb ik beter contact met mijn studenten. Tenminste, als zij voldoende non-verbale signalen en mimiek gebruiken. De doorsnee horende heeft namelijk de uitstraling van een strijkplank – en dat is niet overdreven. Soms klagen studenten dat ik anders spreek. Mijn antwoord daarop? ‘Mooi, dan ben je vast goed voorbereid op je toekomstige baan als orthopedagoog.’

Eigenheid of inclusie

Ik groeide op in een doof gezin en leerde dus al jong gebarentaal. Mijn eigen doofheid is progressief, wat betekent dat ik vroeger redelijk kon horen en dus kon leren spreken. Daardoor heb ik een privilege. Dat voelt soms onrechtvaardig tegenover ‘native signers’ zoals veel dove academici. Maar ook als ik een dove student in de zaal heb, is het lastig: mijn neiging is om te gebaren. Maar mag ik mij in ‘onze’ taal richten tot deze ene student, terwijl er ook 199 anderstaligen in de zaal zitten die niet begrijpen waar wij het over hebben? Er is dus eenspanningsveld tussen inclusie en eigenheid.

Compliment

In 2013 kreeg ik een ongelooflijk groot compliment: de studenten van de bacheloropleiding Pedagogische Wetenschappen kozen mij alsdocent van het jaar. In de opmerkingen op de stembriefjes werd geen enkele keer genoemd dat ik doof ben. Wat wel? Dat ik een goede docent ben, die altijd luistert naar haar studenten. En dat vond ik nog het grootste compliment.

Comments (2)

  • Cor Toonen

    Cor Toonen

    • 19 februari 2016 at 20:03
    • #

    Verhelderend verhaal Corrie. Dacht al vaak:'hoe doet zij dat toch'! Je vader zaliger kan trots op je zijn en je moeder is het, zoals ik weet. Hoop dat je nog veel studenten mag begeleiden en wijzer maken. Veel succes en arbeidsvreugde gewenst :-)

    reply

  • Pam Hueting

    Pam Hueting

    • 27 februari 2016 at 09:10
    • #

    Hallo Corrie!
    Mijn complimenten voor je!! Geweldig zoals je het doet!
    Ook ik ben progressief slechthorend en de laste jaren echt doof. Ik red mij ook en doe wat ik wil doen ook met hulp van schrijftolk etc!
    Maar t steunt zo'n verhaal van zo'n sterke vrouw!!

    reply

Leave a comment

You are commenting as guest.