Ondersteuning op het mbo: mission impossible?

Lisa is een 19 jarige, ambitieuze jonge vrouw die haar mbo-diploma bedrijfsadministratie niveau 4 in twee jaar tijd haalde. Een mooie prestatie. Nog mooier als je bedenkt dat Lisa een beperking heeft: een autistische stoornis. Op het ROC kreeg ze, ondanks de wet Passend Onderwijs, bijna geen ondersteuning. Daarom ondertekende Lisa op haar 18e een overeenkomst waardoor ze het laatste deel van haar studie thuis kon afronden.

Onzekere schoolomgeving

Lisa’s tijd op het ROC verliep vanaf het begin al niet gemakkelijk. Aanvankelijk kreeg ze wel een zeer betrokken ambulant begeleidster toegewezen, die een brug sloeg tussen de problematiek van Lisa en de school. Ze was voor Lisa een zekere factor in een onzekere schoolomgeving. Waar roosters vaak niet klopten, examens regelmatig werden uitgesteld, afspraken vaak niet werden nagekomen en regels werden aangepast. Docenten kwamen vaak te laat, toetsen werden niet nagekeken, cijfers werden niet of verkeerd ingevoerd in het digitale systeem, leerlingen namen hun boeken niet mee of maakten hun huiswerk niet en tijdens examens was er meer dan eens loos brandalarm. En dan was de klas, die bestond uit ruim 30 leerlingen, ook nog druk. Docenten konden vaak niet op tegen de mondige en brutale leerlingen.

De dagelijkse praktijk

Aanvankelijk had Lisa's moeder Renske Luca geen idee hoe de dagelijkse praktijk er op het mbo uit zag. Renske en Lisa spraken daarom af om dagelijks een logboek bij te houden. Daarin kon Lisa haar ervaringen van zich afpraten en kon Renske zich een beter beeld vormen van hoe het er aan toe ging op school. In de anderhalf jaar die volgden, ontstond een logboek van 24 bladzijden. Daarnaast zat Lisa in een groepsapp met klasgenoten, waarin al snel duidelijk werd hoe ernstig het gesteld was met de verschillende facetten van de instelling en hoe verloren leerlingen zoals Lisa zich daarin voelden.
Lisa en Renske maakten een afspraak: als je op school niets leert, dan ga je naar huis om daar te leren.

Evaluatie

Aan het eind van het eerste jaar had Lisa een afrondend gesprek met haar ambulant begeleidster waarin ze ook het handelingsplan evalueerden. Vastgesteld werd toen dat weinig doelen waren behaald, niet uit onwil van Lisa - zij had een actieve houding en was goed in staat om aan te geven hoe het met haar ging en waarbij ze hulp nodig had - maar omdat het schoolteam geen tijd, zin en aandacht voor haar had. Lisa voelde zich niet op haar gemak in de klas en voelde zich onzeker over haar beperking.

Patatje speciaal

Na aanvang in het tweede jaar was Lisa’s begeleidster nergens te bekennen. Niemand kon haar vertellen of ze er nog was. Na zes weken bleek dat door afschaffing van het rugzakje haar begeleidster niet op school zou terugkeren. Een enorme klap voor Lisa. In een gesprek met de opleidingsmanager dat volgde, werd gezegd dat Lisa een ‘patatje speciaal’ was, dat de problemen bij haar lagen. Volgens de manager was met de docenten niks mis en was het aantal geslaagden gemiddeld. Dat het, met andere woorden, niet aan de school lag. Lisa kreeg te horen dat de docenten op haar opleiding geen ervaring hadden met leerlingen met een autistische stoornis. Lisa was daarmee eigenlijk een proefkonijn. Het werd Lisa duidelijk dat het de school aan mogelijkheden én wil ontbrak om haar goed te kunnen begeleiden.

Ombudsman

In deze periode zocht Renske naar een instantie of persoon bij wie ze haar klachten en zorgen kwijt kon. De weg die zij bewandelde liep van de Onderwijsinspectie naar Jongeren Organisatie Beroepsonderwijs (JOB), die haar weer doorverwees naar de klachtencommissie van het betreffende ROC. Uiteindelijk trof ze bij de ombudsman van het ROC een luisterend oor. Hij kon onafhankelijkheid waarborgen en adviseerde in een overeenkomst vast te leggen dat Lisa haar studie thuis mocht afronden. Lisa was namelijk inmiddels 18 geworden en daarmee niet meer leerplichtig.

Thuis aan de slag

In de overeenkomst werd vastgelegd dat Lisa de mentorlessen zou blijven volgen. In de overige lessen werd ze als ‘geoorloofd afwezig’ geregistreerd. De communicatie over lessen, roosters, examens en toetsen zou via mail, WhatsApp en telefoon plaatsvinden. Daarnaast werd vastgelegd dat Renske en Lisa instructies zouden ophalen op school, nota zouden nemen van toets- en examentijden en verantwoordelijkheid zouden nemen voor alternatieven om de afwezigheid van lessen/instructies op school op te vangen. Lisa volgde bijvoorbeeld bijles bij een studente en werd thuis door beide ouders geholpen bij haar schoolwerk. Het leek een goed afgestemde overeenkomst. De praktijk bleek echter anders. Lisa kreeg weinig terugkoppeling van het docententeam, waardoor ze toch vaak naar school moest om essentiële informatie te ontvangen.

Eindgesprek

Na het behalen van haar diploma wilde Lisa in een eindgesprek met de opleidingsmanager deze nare periode afsluiten. Ze wilde kwijt hoe zij de twee jaren had ervaren en waar het volgens haar aan ontbrak. In dat gesprek liet de opleidingsmanager weten dat hij Lisa’s ervaringen als leerpunten beschouwde. Hij vertelde dat de helft van de docenten uit het bedrijfsleven komt en geen ervaring heeft met lesgeven en omgaan met (zorg)leerlingen. Als hij vooraf had geweten wat Lisa aan ondersteuning nodig had gehad, had hij waarschijnlijk afgezien van inschrijving van Lisa, gaf hij toe.

Passend onderwijs niet mogelijk

Renske ontdekte dat niet alleen Lisa’s school, maar veel meer mbo’s zich niet goed verdiepen in hun leerlingen. Vooral als het gaat om leerlingen met een zorgvraag. De leerlingengroep is erg heterogeen, docenten zijn vaak onvoldoende gekwalificeerd, het bestuur stelt vaak managementtaken en geld boven passie voor onderwijs, er is onvoldoende expertise ten aanzien van leerlingen met een beperking en klassen zijn groot. Dat maakt het vrijwel onmogelijk om leerlingen zoals Lisa passend onderwijs te bieden.

Kansloos

Een ouder als Renske, die opkomt voor de rechten van haar kind en de plichten van een school en de problematiek van het mbo probeert aan te kaarten, is nagenoeg kansloos. De positie van ouders binnen het mbo is zwak. Er is geen instantie waar ouders een probleem of klacht makkelijk kunnen neerleggen. De inspectie doet niets met het mbo, een ouderraad is er niet en de klachtencommissie is onderdeel van de school. Ook de ombudsman van het ROC raadde in de periode dat Lisa nog op het mbo zat af om een klacht in te dienen, aangezien de kans zou bestaan dat Lisa daar last mee zou krijgen.

Pluspunten

Niet alles in Lisa’s tijd op het mbo was echter negatief: zo was er natuurlijk de zeer betrokken ambulant begeleidster in Lisa’s eerst jaar op het mbo. Bovendien creëerde de school na lang aandringen een rustruimte voor leerlingen die daar behoefte aan hebben. Daarnaast had Lisa in het tweede jaar een erg betrokken mentor die een fantastische stageplek voor haar regelde waar ze goed werd begeleid en veel ervaring opdeed. Het bedrijf was blij met haar als stagiaire en liet dat blijken, wat Lisa weer meer zelfvertrouwen gaf.

Ambities

Op dit moment doet Lisa werkervaring op als vrijwilliger bij twee heel verschillende organisaties: in een ziekenhuis en bij een landelijke belangenorganisatie. Daarnaast volgt ze een thuisstudie belastingassistent. Haar doel is om hierna te starten met een hbo-studie belastingconsulente en door te stromen naar een betaalde baan in de richting van haar studie.