Wat laat ‘De Staat van het Onderwijs 2020’ zien omtrent inclusief onderwijs?

Wat laat ‘De Staat van het Onderwijs 2020’ zien omtrent inclusief onderwijs?

De Staat van het Onderwijs is een rapport van de Inspectie van het Onderwijs over het functioneren van het onderwijs in Nederland. Gezien de vreemde tijden die het onderwijs meemaakt vanwege de coronacrisis is dit jaar alleen een feitelijke weergave van de cijfers gegeven. De Onderwijsinspectie meent dat nu niet het moment is om het gesprek hierover aan te gaan, nu iedereen binnen het onderwijs druk bezig is om ondanks de omstandigheden toch zo goed mogelijk onderwijs te bieden. Zodra de situatie weer genormaliseerd is, is er ruimte om samen vooruit te kijken, zo stelt de Inspectie.

Nog steeds een groot lerarentekort

Er is nog steeds sprake van een groot lerarentekort, voornamelijk in de Randstad en de grote steden. De tekorten zijn hoger op zwakke scholen en op scholen met een uitdagendere leerlingpopulatie, zo wijst onderzoek van de Onderwijsinspectie uit. Dit vormt een bedreiging voor de kwaliteit van het onderwijs en kan bijdragen aan meer kansenongelijkheid in het Nederlandse onderwijs. Dit raakt met name kinderen die al kwetsbaar zijn.

Passend onderwijs zorgt voor meer segregatie

Nog steeds blijkt dat er voor veel kwetsbare kinderen geen passende plek in het onderwijs gevonden kan worden. De Staat van het Onderwijs laat zien dat het aantal kinderen in het speciaal onderwijs weer is gestegen. Ook het aantal thuiszitters steeg: van 4.479 naar 4.790 kinderen. In deze metingen worden de kinderen die wel staan ingeschreven op een school, maar daar niet meer naartoe gaan en kinderen die uit de leerplicht ontheven zijn niet meegeteld. Met deze groepen inbegrepen komt de teller op 15.000 kinderen, volgens Stichting AutiPassend Onderwijs Utrecht en oudervereniging Balans.

Beperkt zicht op leerlingen met ondersteuningsbehoefte

In het huidige systeem is er geen landelijke definitie van het begrip ‘ondersteuningsbehoefte’ en er wordt niet centraal geregistreerd welke leerlingen een ondersteuningsbehoefte hebben. Scholen, besturen en samenwerkingsverbanden hebben het hoogstwaarschijnlijk wel in beeld, maar het gebrek aan landelijke informatie is problematisch volgens de inspectie. Zo kan immers niet vastgesteld worden of voor deze kinderen gelijke kansen op een passende onderwijsplek bestaan en welke ‘systeemdrempels’ zij tegenkomen.

Stappen richting inclusiviteit

De Onderwijsinspectie ziet wel dat op sommige plekken in Nederland de doelstellingen van passend onderwijs steeds dichterbij komen. Dit gebeurt bij samenwerkingsverbanden waar de schoolbesturen samen nieuwe mogelijkheden verkennen en verantwoordelijkheid nemen. De Onderwijsinspectie ziet in deze gevallen zelfs stappen richting inclusiviteit.

Effect van leerlingen met extra ondersteuningsbehoefte op schoolprestaties klasgenoten

De Onderwijsinspectie haalt in het rapport ook een vaak geuite zorg over passend onderwijs aan, namelijk dat het in de klas hebben van leerlingen met een extra ondersteuningsbehoefte een negatief effect zou hebben op de schoolprestaties van klasgenoten. Bijvoorbeeld door bepaalde gedragsproblematiek. Ook wanneer het over inclusief onderwijs gaat, is dit een vaak gehoorde zorg. Het onderzoek van de inspectie wijst echter uit dat dit effect er niet is in het basis of voortgezet onderwijs.

Lees het hele rapport ‘De Staat van het Onderwijs 2020’.