Inspectie reageert op alle meldingen over thuiszitters

De Inspectie van het Onderwijs komt in actie bij individuele meldingen of klachten over thuiszitters of zorgplicht. Hoewel op de website van de dienst staat vermeld dat individuele klachten níet met de melders worden besproken en teruggerapporteerd, blijkt dat de Inspectie vanaf oktober 2015 een uitzondering maakt voor meldingen over het niet nakomen van de zorgplicht en over thuiszittende leerlingen.

Inspecteur F. Wijnands zegt dat dat is gebeurd nav de manifestatie thuiszitters oktober 2015. Op die manifestatie zei de staatsecretaris: “de inspectie krijgt de situaties nu niet te horen. Meld ze bij de inspectie, dan kan de inspectie handelen.” Wijnands zegt nu: “We hebben de laatste drie maanden van 2015 vijftig meldingen gehad rondom thuiszitten en zorgplicht. We nemen altijd contact op met de melder en rapporteren terug. We monitoren alle meldingen. Ook lang lopende gevallen van thuiszitten kunnen worden gemeld.”

“We kijken hoe het probleem in elkaar steekt en bepalen of we de school of het samenwerkingsverband of beide moeten benaderen. We bellen altijd de melder en de school en/of het samenwerkingsverband. Als we zien; dit is niet goed gegaan, bijvoorbeeld de aanmelding van een leerling is niet afgehandeld conform de wetgeving rond de zorgplicht, dan komen we in actie. Vaak is het al genoeg om te bellen en aan te geven hoe de procedures van de zorgplicht zijn. In de meeste gevallen krijgen we snel beweging.”

In een kamerdebat over Passend onderwijs (10 februari 2016) werd uitgebreid gedebatteerd over thuiszitters. Er zijn ruim 15.000 kinderen in leerplichtige leeftijd die langer dan 3 maanden niet naar school gaan. Een groot deel van hen kan of mag geen school bezoeken vanwege hun beperking of ziekte. Wetgeving passend onderwijs beoogt dat aantal te verminderen, maar tot nu toe lukt dat niet. Een belangrijk instrument om thuiszitten te voorkomen was invoering van zorgplicht voor scholen. Die plicht houdt in dat een school waar een leerling met een beperking wordt aangemeld de leerling moet accepteren of moet zorgen dat de betreffende leerling op een andere passende school binnen het lokale of regionale samenwerkingsverband wordt geplaatst.

Inspecteur F. Wijnands geeft aan dat scholen en samenwerkingsverbanden nog niet altijd goed omgaan met de nieuwe wettelijke plichten en procedures. “Scholen moeten wennen aan de nieuwe regelgeving Passend Onderwijs. De zorgplicht ligt bij scholen. Ik geef een voorbeeld.  Het gebeurt dat een ouder een leerling mondeling aanmeldt op school. De school kan concluderen dat de leerling daar niet goed past en geeft dat aan bij de ouder met het advies een andere school te zoeken. Dat is goedbedoeld, maar gaat dan niet goed. Dan laat de school de ouder het werk doen.”

“Formeel gaat de zorgplicht voor een school in, na een schriftelijke aanmelding. Als een ouder zo de school binnenstapt en de school denkt dat de leerling niet past, dan kan de schoolleider de ouders schriftelijk laten aanmelden en aangeven dat de zorgplicht ingaat  als blijkt het kind extra ondersteuning nodig heeft. De school zal onderzoeken of de leerling toch mogelijkheden heeft op de school of werkelijk beter af is op een andere school, zoals eerder gedacht. Dan kan de school zoeken naar een andere geschikte school. De schoolleider moet er ook nog bij zeggen dat als het niet lukt een andere school te vinden, de leerling na 10 weken bij zijn school terecht kan. Want zo werkt de wet.”

Kinderombudsman Dullaert en met hem ook Tweede Kamerleden vroegen om bovenschoolse ‘doorzettingsmacht’ in gevallen die niet worden opgelost. Als bijvoorbeeld een school een plek als passend aangeeft en ouders die niet als passend ervaren. Wijnands zegt daarover: “wat wordt bedoeld met doorzettingsmacht heeft meestal niet betrekking op zulke situaties. Als de ouders een aangeboden plek als niet passend ervaren, dan kunnen ze dat voorleggen aan de Geschillencommissie Passend Onderwijs. Voor doorzettingsmacht wordt soms gepleit als de school van aanmelding binnen het samenwerkingsverband geen passende school bereid vindt die de leerling aan te nemen. Dan zou iemand moeten bepalen naar welke school binnen dat samenwerkingsverband de leerling gaat. Wij denken dat het introduceren van een plicht of nieuw orgaan niet werkt omdat de kans groot is dat het draagvlak voor een dergelijk  toelatingsbesluit tot die school ontbreekt bij de school waar de leerling naar toe verwezen wordt. Daar kan een leerling last van krijgen. Binnen samenwerkingsverbanden kunnen ook vrijwillig afspraken worden gemaakt hoe hiermee om te gaan. Dat kan dan op de manier die het beste bij het samenwerkingsverband past. Er kan zelfs de afspraak gelden dat leerlingen bij toerbeurt worden toegewezen en dat het samenwerkingsverband zorgt voor een passend budget. 

Indien ouders of leerling een situatie van thuiszitten of het niet nakomen van de zorgplicht willen voorleggen dan kan dat worden gedaan via een klacht- of contactformulier op de website van de Inspectie of telefonisch via Loket Onderwijsinspectie – 088 6696060