Inclusief onderwijs gaat niet alleen over de kinderen!

In artikelen over inclusief onderwijs in binnen- en buitenland gaat het vaak over kinderen en wat zij nodig hebben om goed onderwijs te krijgen. Logisch natuurlijk: zij zitten immers op de school. Wat echter vaak wordt vergeten, is dat inclusief onderwijs niet alleen over kinderen gaat. Het gaat ook over leerkrachten, ouders en mensen uit de buurt van de school. Door het alléén over kinderen te hebben, missen we de verbinding die kinderen en volwassenen met elkaar hebben. En meestal geldt ook: wat er ontbreekt voor het kind, ontbreekt ook in gelijksoortige mate voor de leerkracht. Of voor de ouder of de mensen uit de wijk. De inclusieve cultuur van een school wordt bepaald door álle mensen van en rondom de school.

Kinderen maken geen deel uit van de klas

Onlangs las ik een artikel waarin 25 punten worden genoemd waaraan je kunt zien dat kinderen met een beperking niet op inclusieve wijze deel uitmaken van de klas. Een greep:
1. Het ‘special-ed’* kind zit alleen achter in de klas
2. Het ‘special-ed’ kind wordt gezien als ‘special’
3. Inclusie van het kind gaat niet verder dan schooltijd
4. De dingen die het ‘special-ed’ kind maakt, worden niet tentoongesteld
5. Het ‘special-ed’ kind moet stilzitten, luisteren en gehoorzamen.
*Special-ed = special education kid, kind dat speciaal onderwijs (nodig?) heeft.
Laat deze vijf punten nu ook eens los op andere mensen rondom het kind: de leerkracht, de ouder, de mensen uit de wijk. Je ziet direct de relatie tussen een kind dat achter in de klas zit, de leerkracht die alleen voor de klas staat, de ouder die alleen op gesprek moet komen en de mensen uit de wijk, die niet als hulpbron gezien worden door een school.

Leerkracht maakt geen deel uit van de school

Vijf punten waaraan je kunt zien dat de leerkracht niet op inclusieve wijze deel uitmaakt van de school:
1. De leraar staat altijd alleen vóór de klas
2. De Intern begeleider en Remedial teacher zijn alleen bezig met ‘zorgkinderen’
3. Inclusie is iets voor schooltijd en wordt niet gezien als een natuurlijk onderdeel van het leven
4. De inclusieve praktijken van individuele leerkrachten worden niet ingebed in het schoolprogramma
5. De leerkracht moet lesgeven volgens een strak schema en protocol en kan daar niet van afwijken. Er is weinig ruimte voor nieuwe ideeën.

Ouder maakt geen deel uit van de school

Vijf punten waaraan je kunt zien dat de ouder niet op inclusieve wijze deel uitmaakt van de school:
1. De ouder moet vaak alleen op gesprek met school
2. De ouder wordt gezien als ouder van ‘dat kind’
3. De ouder moet ‘inclusie’ van het eigen kind de hele dag en overal organiseren en bevechten
4. Initiatieven van ouders om inclusie en het omgaan met verschillen, te bevorderen worden niet gebruikt op school (en daarbuiten)
5. De ouder moet zich houden aan de strakke procedures van school. Er is weinig ruimte voor nieuwe ideeën.

De wijk maakt geen deel uit van de school

Vijf punten waaraan je kunt zien dat mensen uit de wijk niet op inclusieve manier deel uit maken van de school:
1. De mensen uit de wijk worden als niet belangrijke bronnen gezien van de school
2. Als er al gebruik gemaakt wordt van de mensen uit de wijk, dan alleen van professionele hulpdiensten
3. Alleen binnen bepaalde vaste werkuren kunnen ‘professionals’ of ‘vrijwilligers’ iets betekenen voor de school
4. De mensen uit de wijk die werken aan het omgaan met verschillen krijgen weinig aandacht
5. De mensen uit de wijk moeten zich houden aan strakke afspraken en protocollen met school en gemeente. Er is weinig ruimte voor nieuwe ideeën.

Inclusief onderwijs is geen model of een tijdelijke noodgreep, alleen bestemd voor het gehandicapte kind. Het is eerder een zienswijze over gelijkwaardige kansen voor iedereen om te kunnen leren en participeren, waarbij niemand wordt buitengesloten.

Astrid Greven