Inclusie in voortgezet onderwijs lastiger

Kinderen met een verstandelijke beperking kunnen instromen in regulier basisonderwijs. Niet alle ouders en niet alle scholen kiezen voor inclusie, maar het kan wel en het gebeurt ook op veel basisscholen in Nederland. Die kinderen kunnen echter nauwelijks doorstromen naar regulier voortgezet onderwijs.

Moeder Silvie is al maanden bezig met haar zoektocht, samen met nog drie moeders, naar een reguliere voortgezet onderwijsschool die hun kinderen wil aannemen. Haar zoon zit in groep 8 van de basisschool en ze wil dat hij net als zijn klasgenoten door kan leren en deel kan uitmaken van de gewone samenleving en dus een gewone school. In een blog op deze website signaleert ze dat er al weinig voorbeelden waren van leerlingen met Down syndroom in het voortgezet onderwijs (rond de dertig leerlingen begin deze eeuw), maar dat er nu amper nieuwe leerlingen mogen instromen. Door invoering van passend onderwijs krijgen scholen geen rugzakgelden meer per leerling met een beperking. Sivie en de andere moeders merkten dat scholen gebrek aan geld als bezwaar zien.
Rugzakgeld verdwenen
Het rijk heeft niet bezuinigd op rugzakgelden, maar al het budget dat daarmee was gemoeid wordt nu overgemaakt aan samenwerkingsverbanden van scholen. Die samenwerkingsverbanden verdelen dat ondersteuningsgeld doorgaans over alle aangesloten scholen, ongeacht de vraag of een school een leerling met een beperking heeft.
Voor scholen die voor de vraag staan of ze een leerling met Down syndroom willen aannemen die extra ondersteuning nodg heeft, voelt dat alsof ze ondersteuning uit eigen zak moeten betalen, als extra, ten koste van de normale bedrijfsvoering. In1school heeft ook geconstateerd in een onderzoek, gebaseerd op meldingen van ouders en scholen, dat scholen overal in Nederland veel minder geld loskrijgen om inclusie in de klas te ondersteunen (pag. 31 e.v.van het onderzoek).