Almere heft integratieklassen op

De andere kant van Passend Onderwijs

Sinds dit schooljaar geldt de wet Passend Onderwijs. Die wet veronderstelt dat (ouders van) leerlingen met een handicap mogen kiezen voor een gewone school. De school bekijkt dan per leerling of het de juiste begeleiding kan bieden. In theorie klinkt het mooi. Maar werkt de praktijk net zo? Niet in Almere.

Op De Torteltuin, een basisschool in Almere, zitten sinds jaar en dag kinderen met ernstige handicaps, voornamelijk het Syndroom van Down. De kinderen zitten het grootste deel van de tijd in speciale, kleine groepen, maar zitten tijdens bepaalde vakken ook bij ‘gewone’ groepen. Omgekeerd net zo: ‘gewone’ kinderen komen voor een aantal lessen naar de speciale groepen. En natuurlijk ontmoeten de kinderen elkaar tijdens schoolfeesten en op het schoolplein.

Overplaatsing

Een maand nadat de wet Passend Onderwijs van kracht werd, kregen de ouders van een groep leerlingen met een verstandelijke beperking echter te horen dat hun kinderen, ‘als gevolg van de invoering van Passend Onderwijs’, zouden worden overgeplaatst naar speciale scholen. De schrik was groot, en het onbegrip nog groter. Ouders begrepen het besluit niet, net als de schooldirecteur zelf. Wat bleek: het besluit kwam van hogerhand. Met de invoering van de nieuwe wet was op stadsniveau besloten dat kinderen met een handicap voor tenminste zeventig procent moeten kunnen meedraaien in een gewone groep zonder al te veel ondersteuning. Wie de norm niet haalt, moet naar een speciale school.

Kwaliteit en integratie

Al snel was duidelijk dat vrijwel geen enkel kind uit de ‘speciale’ klas op De Torteltuin aan de norm zou voldoen. Alle kinderen staat overplaatsing te wachten. Daar  stemden de ouders niet mee in. Een lange tijd van onderhandeling met het Almeerse onderwijsbestuur volgde. Het bestuur beweerde dat de kwaliteit van het onderwijs in de speciale groepen niet goed zou zijn en er te weinig integratie was. Maar als je vindt dat kinderen vanuit speciale klassen te weinig integreren met ‘gewone’ klassen, is de oplossing om kinderen met een beperking naar speciale scholen te sturen het omgekeerde van wat je betoogt.

De echte reden: geld

Waar het eigenlijk om ging? Geld. In Almere wordt het beleid voor onderwijs aan leerlingen met een beperking bepaald door een aparte stichting, die het ‘rugzakjesgeld’ verdeelt onder de scholen. Waar gewone scholen elders in Nederland bijna € 12.000 krijgen voor ondersteuning aan leerlingen met het syndroom van Down, kreeg De Torteltuin slechts € 5000. De reden daarvoor was onbekend. Na veel onderhandelen bood het bestuur aan om de speciale groepen op De Torteltuin toch te handhaven, op voorwaarde dat de kosten maximaal € 60.000 zouden bedragen. Later werd dat bedrag verhoogd naar € 75.000, maar ook dat was nog niet genoeg om de groep te kunnen behouden, gaf de directeur aan.

Alternatief plan

De ouders verweten het bestuur van het Almeerse samenwerkingsverband en de lokale wethouder dat er besluiten werden genomen zonder inspraak van ouders. Het bestuur stelde daarop voor dat de ouders zelf een alternatief plan zouden schrijven. Samen met de schooldirecteur gingen de ouders aan de slag en lieten ze voorrekenen hoeveel geld er theoretisch beschikbaar zou zijn voor het handhaven van de speciale klassen. De uitkomst: voor 2014 waren er rugzakjes en gelden voor ambulante begeleiding. Per leerling met een cluster 3-indicatie kon dat bedrag oplopen tot een extra bijdrage van € 17.722 voor assistentie op school en ambulante begeleiding.

Geen 75.000, maar 265.830 euro

Met de invoering van de wet Passend Onderwijs is het systeem van rugzakjes opgeheven, net als de ambulante begeleiding. Het geld dat daarvoor beschikbaar was, is volledig overgegaan naar de samenwerkingsverbanden. Daarop is niet bezuinigd: er is dus nog niet zoveel geld beschikbaar voor ondersteuning als vóór 2014. Voor De Torteltuin betekent dat dat er in theorie nog altijd € 177.220 tot € 265.830 per jaar beschikbaar is. Heel wat meer dan de aanvankelijk aangeboden € 75.000!

Plan ouders afgewezen

Aanvankelijk kregen ouders te horen dat hun plan was aanvaard. Na zeven maanden soebatten leek het pleit beslecht. de directeur van het Samenwerkingsverband zei dat het plan van ouders goed was. Het bestuur van de Almeerse scholen (en de wethouder van onderwijs) lieten echter weten dat hun plan om de integratieklassen op te heffen nog altijd gold. Het oude argument werd gebruikt: de integratieklas was "achterhaald", niet passend in passend onderwijs, vindt het bestuur en de wethouder. Het geld dat voor ondersteuning van leerlingen met een ernstige beperking beschikbaar is, verdampt in "algemene kwaliteitsverbetering".